U bent niet ingelogd.
Inloggen

Beroepscode SB SE/ZOO®

De titel Specialist Begaafdheid SE/ZOO® is wettig gedeponeerd en mag alleen onder licentie gebruikt worden. Die licentie wordt verleend na het behalen van het diploma van de Eénjarige Post-HBO Registeropleiding Specialist Begaafdheid SE/ZOO®. De gediplomeerde student heeft gedurende zijn/haar studie door middel van een 'voortschrijdend assessment' bewezen heeft in de praktijk te kunnen voldoen aan de beroepsbekwaamheden zoals deze in Begaafd begeleiden (Van Gerven & Hoogenberg-Engbers, 2011) zijn beschreven. Er is een professioneel kader beschreven waarbinnen de Specialist Begaafdheid SE/ZOO® deze competenties inzet.
Gediplomeerden die gebruik maken van het aan hen verleende recht de titel Specialist Begaafdheid SE/ZOO® te voeren, conformeren zich daarmee expliciet aan dit professionele kader. Gediplomeerden die aantoonbaar buiten de grenzen van dit professionele kader handelen, lopen het risico de licentie voor het gebruik van de titel Specialist Begaafdheid SE/ZOO® te verliezen.
Ben je in het bezit van het diploma Specialist Begaafdheid SE/ZOO® dan kun jij je als REGISTERLID aansluiten bij de Landelijke Beroepsvereniging Specialisten Begaafdheid in het Primair Onderwijs.

Concreet omgezet in gedragsregels betekent het bovenstaande dat de specialist begaafdheid:

  1. integer en respectvol handelt en voor betrokkenen in de begeleiding eerlijk en betrouwbaar is.
  2. taken en rollen uitoefent binnen algemeen maatschappelijk geldende kaders.
  3. geen therapeut is en derhalve de grenzen van zijn onderwijskundige bevoegdheid en kennis scherp in het oog houdt, bewaakt, respecteert en niet overschrijdt.
  4. zodra de hulpvraag de competenties van de specialist begaafdheid overstijgt doorverwijst naar relevante deskundige derden, zoals bijvoorbeeld een psycholoog of pedagoog.
  5. handelt vanuit de competentiematrix specialist begaafdheid en in het professionele kader van de onderwijskundige organisatie waarin gewerkt wordt.
  6. begeleiding verzorgt binnen de doelen die de organisatie stelt aan het onderwijs aan begaafde leerlingen.
  7. steeds een afstemming zoekt in de belangen van alle betrokkenen maar het lange termijn belang van de leerling daarbij op gezonde wijze als richtsnoer gebruikt.
  8. begeleidingsprocessen zorgvuldig documenteert en vastlegt met medeweten van de betrokkenen in daartoe bestemde dossiers.
  9. geen informatie verstrekt aan personen die niet rechtstreeks en aantoonbaar bij de begeleiding van de leerling of de leerkracht betrokken zijn.
  10. geen informatie uitwisselt binnen het begeleidingsproces met direct betrokkenen zonder dat de andere partijen hier in redelijkheid van op de hoogte gesteld worden.
  11. de begaafde leerling wel als gelijkwaardig maar niet als gelijke kan zien. De relatie moet altijd een relatie blijven van opvoeder en opvoedeling en in deze relatie is per definitie sprake van ongelijkheid.
  12. een hoog niveau van professionaliteit laat zien en daarbij streeft naar een groeiende deskundigheid die onder meer zichtbaar wordt in reflectie op het persoonlijk professioneel handelen.

De praktische toepassing van bovenstaande gedragsregels is te herleiden tot de kennis- en kunnisindicatoren zoals die op ‘deep-level-niveau’ in hoofdstuk 5 van Begaafd begeleiden (Van Gerven & Hoogenberg-Engbers, 2011) zijn vastgelegd.

 

 

Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de Slim! Educatief nieuwsbrief

Via de e-mailnieuwsbrief brengen we je enkele malen per jaar op de hoogte van de activiteiten van Slim! Educatief. We delen je gegevens nooit met derden en je kan te allen tijde uitschrijven.